Ken je Yves Pausenberger al?

Zoekveld

Ken je Yves Pausenberger al?
01
feb

Kennis maken met Yves Pausenberger? Een plezier.

Ik moet toegeven, als nieuwe reporter bij KAAG ken ik nog niet zo veel mensen in de club. Ook de nieuwste kampioen, Yves Pausenberger, niet. Ik zag hem wel bezig in zijn wedstrijd afgelopen zondag: beweeglijk maar niet ongedurig, in gesprek met andere atleten, publiek bespelend...

Ik stuurde hem achteraf een vraag voor een interview en hij antwoordde mij joviaal en helder.

Wij spraken af in de Topsporthal, vijftien minuten voor zijn eerstvolgende training, dinsdagavond.

Ik, met een paar hypotheses in mijn hoofd over wie en hoe die Yves zou kunnen zijn. Ik vatte het samen in drie gedachten: 1. communicatief, 2. sociaal, 3. met open geest.

“Ik kan mij daar redelijk in vinden, in alle drie die dingen. Sociaal ja, zeker als ik op mijn gemak ben kan ik zeker sociaal overkomen. Zelfs tegenover mensen waarmee ik niet zo bevriend ben, daar kan ik ook goed mee overweg. En dat tweede puntje was... wacht 'n keer...”

Dat je je communciatie verzorgt. Uit beleefdheid?

“Ja, ik denk wel dat ik mijn communciatie wat probeer aan te passen aan iedereen..., deels uit beleefdheid. Maar ik zit zelf ook in de scouts. Daar moet ik veel met ouders communiceren. En tussen de leiding ook. Daar probeer ik ook strikt en to the point te praten. Onder mijn maten zitten we natuurlijk wel eens te lollen.”

Hij lijkt me open en eerlijk te antwoorden. Zondag tijdens de wedstrijd zag ik hem reageren op een atleet (Jorg Van Lierde) die in het polsstokspringen, naast de hinkstapstrook, met handgeklap de aandacht en de ritmische steun van het publiek probeerde te krijgen. Yves klapte duidelijk en ferm mee. Hij deed het ook voor zichzelf, bij zijn volgende aanloop. Zich dus duidelijk bewust van de interactie van mensen. In zijn aandachtsspan heeft hij nog ruimte over. Hij gedraagt zich niet overgeconcentreerd. Speelsheid, jovialiteit en collegialiteit blijven aanwezig.

Doet hij dat met de overtuiging dat zoiets kan helpen?

“Ik denk het wel. Ik meen dat ik dit een jaar en half geleden heb gedaan. Dat was niet zo spontaan. Ik zag er niet direct het nut van in. Maar Gunther (trainer) heeft dat een eerste keer gezegd: 'Kijk, je kunt het publiek om steun vragen en zie dan zelf hoe je daarop reageert. Voetje achteruit, twee voetjes achteruit en doe maar, loop maar aan, kijk wat het met je doet. Klap je dicht, dan doe je dat niet meer en als je beter springt dan kun je dat nog herhalen als het nodig is.' En ja dat heeft gewerkt. En daarom blijven wij dit doen. En ik klap ook wel voor anderen.”

In gedachten zet ik een streepje achter die sociale dimensie van Yves. Niet beroerd om ook de verdienste van de trainer een plaatsje te geven in zijn beschouwing. Bereid om te leren ook. Staat open voor dingen. Die open geest, dat had ik toch als eigenschap ook al vernoemd zeker?

En die vriendschappelijkheid dan. Jorg (atleet van AC Deinze), een kameraad?

“Jaja, een kameraad zeker. Hij is hier net gepasseerd. Ja, het is wel een goede vent. Heb ik vier jaar geleden leren kennen op een stage polsstok in Zieriksee.”

Zou atletiek het enige in zijn leven zijn dat telt? Ik denk het niet. Hij heeft de scouts al vermeld. In zijn facebookbericht aan mij, om onze afspraak te bevestigen, trok hij al de parrallel met die andere kampioene, Sarah Missinne, dat hij ook nog moest blokken. Hij studeert dus nog. Hoe zou hij in de atletiek gerold zijn?

“Toen ik een jaar of acht was, ben ik begonnen met atletiek. Een beetje van alles toen. Het allereerste was turnen. In die zaaltjes hier achter. En dan beginnen tennissen en dan atletiek beginnen doen. Mijn pa liet me als klein mannetje een beetje van alles proeven. Atletiek heb ik dan drie of vier jaar gedaan. Dat vond ik daarna niet meer zo interessant. Dan beginnen zwemmen...
En dan de Spelen van... wanneer was dat nu weer? 2012? Neen, drie spelen geleden, denk ik, dan ben ik weer in de ban geraakt van atletiek. Met de prestatie van Hans Van Alphen, die vierde was geworden, ben ik weer zo beginnen denken, dat is toch wel leuk. En zo weer er in gerold.
Ik dacht tienkamp te doen, omdat vroeger ook altijd alles wel deftig lukte. Dus tienkamp gedaan op een 'ça-va-niveau'
(mijn woordenschat als reporter breidt uit!) en Belgische kampioenschappen kunnen meedoen, als scholier en als junior.
Twee jaar geleden ben ik gestopt met tienkamp. Met de studies, weet je. Die vroegen ook tijd. Zo ben ik stilaan beginnen afbouwen. Kon ik nog de springnummers doen, zonder hoogspringen. En vorig jaar ook gestopt met polsstok. Omdat dat een zeer technisch nummer is. Ik had geen tijd om dat allemaal te trainen. En dus nu nog alleen ver- en hinkstapspringen. Sinds dit jaar alleen nog die twee en de korte sprint.”

Je moet aan Yves maar een korte vraag stellen en je krijgt een omstandig antwoord. Een stuk levensverhaal. Open mind, weet je wel.

“Studeren ja: LO en bewegingswetenschappen. In Gent, hier aan de overkant.”

Hier kon ik niet verbaasd over zijn. Dat past bij al zijn talenten. Maar, in alle ernst, ik zou ze niet onderschatten, dergelijke studies.

“Ja, inderdaad. De meeste mensen denken daar redelijk 'sober' over. Als je in het middelbaar met 10/10 naar huis kwam voor sport, komt daarachter de vraag 'en nu de échte punten?', weet je. Ja, het is nu univ. Het is wetenschappen. Het is het groot gamma van sporten. We moeten ze ook allemaal op prestatie kunnen. En theoretisch kunnen uitleggen hoe je alles opbouwt. Balsporten, individuele sporten, artistieke sporten. Theoretisch is dat ook inderdaad redelijk zwaar. Het is wel geen ingenieursniveau. Maar daar komt toch de biomechanica bij kijken, de fysiologie, de trainingsleer... alle aspecten die met sport te maken hebben. De topstudie is het niet... maar ja."

Die jongen is ook nog bescheiden. Te? Hij mag daar best fier op zijn, toch. Dat zeg ik hem. En dan moet hij hartelijk lachen.

Dat ben ik nu allemaal te weten gekomen naar aanleiding van het winnen van een gouden medaille op de Vlaamse indoorkampioenschappen. Zou dit een grote doelstelling geweest zijn? En wat zijn de andere verwachtingen?

“Qua wedstrijden is het een beetje als vorig jaar. Het is gemakkelijk: alle kampioenschappen zijn piekmomenten met BK indoor en outdoor als hoofdmoment. (Het klinkt bijna als Kamiel Spiessens en je moet hem even goed geloven.)
En qua prestaties zou ik in hinkstap graag zo dicht mogelijk richting 15meter willen gaan... 't Is te zeggen, beginnen met over die grens van 14m50 te gaan.

Ik schrik. Is hij zich wel bewust van het clubrecord hinkstapspringen? Ik weet – want ik heb het opgezocht – dat het veertien meter negenenvijftig is. Op naam van Gaby De Geyter. En dat al meer dan 45 jaar. Sedert 23 oktober 1971 om precies te zijn. Neen, dat weet hij duidelijk niet. Die snotaap hier voor mij. Maar wat zou het? Wat zou het hem helpen om daar wakker van te liggen. 'Ik kijk alleen naar mezelf', hoor je vaak topsporters zeggen. Yves is er ook zo eentje.

Wanneer ziet hij dat gebeuren?

“Ja misschien al in deze indoorperiode over die veertienvijftig gaan en misschien het club record er bij richting outdoorseizoen. Dat zo wat opbouwen. Als het lukt zoals vorig jaar, toen er bijna een halve meter bij kwam (lacht)... dan zit het wel goed. We zien wel hoeveel vordering er komt.”

Lef heeft die jongen! Heb ik dat al op mijn lijstje van karaktereigenschappen? En toch vermoed ik nog andere interesses?

“Interesses? ... Ja, mijn scouts... En ja, muziek. Ik heb van mijn tien jaar af muziek gestudeerd aan de Ottogracht, klassieke muziek gevolgd, gitaar, klassieke gitaar geleerd en na verloop van tijd over gegaan naar akoestische gitaar op mijn eigen geleerd, met akkoorden en zang. Ben ik nog mee bezig als ik tijd heb. Nu tijdens de examens lukt het wat beter om te spelen. Als ontspanning. Als intermezzo.”

Op het einde van het gesprek vraagt hij of mijn verwachting is ingevuld. En of het positief is.

Die jongen heeft toch één gebrek: hij beseft gewoon niet hoe plezant het is om kennis te maken met Yves Pausenberger.

 

ADD

 

Foto: Johnny De Ceulaerde