Hoe zou het nog met Nenah zijn?

Zoekveld

Hoe zou het nog met Nenah zijn?
24
mrt

Nenah De Coninck is één van onze topatleten. We zagen haar deze winter in geen enkele wedstrijd. Ze is een trouwe leerlinge van de topsportschool,  ze traint daar en we zien haar dus ook niet op onze clubtrainingen. We mogen ons dus met recht en reden afvragen: “Hoe zou het nog met Nenah zijn?” Daarbij, als nieuwe clubreporter, had ik niet het voorrecht om haar in de voorbije jaren van nabij te volgen.  Niet al te veel informatie, maar grote nieuwsgierigheid is dus mijn deel.

Nenah liep bij mij letterlijk in het vizier – dat gebeurt wel eens met topatleten natuurlijk! - toen ze op 26 juni vorig jaar over de streep kwam van het Belgisch kampioenschap, en ik, van in de tribune een telefoto van haar probeerde te maken. Het resultaat was een gezicht, half ten hemel geheven, maar verborgen achter twee handen. Iedereen kon die beweging natuurlijk wel interpreteren: zeven honderdsten van een seconde, dat was, in Nenahs hoofd gemeten, toen de afstand tussen Brussel en Rio de Janeiro. Zo dichtbij en toch zo veraf! Zou ze daar nog mee zitten?

We hebben afspraak in de Topsporthal in Gent. Nenah komt er aan. Ze ziet er monter maar ook bedachtzaam uit. Geen tiener meer, maar wel een knappe jonge vrouw.
Of ze dit interview met plezier wil geven? Zeker, daar laat ze geen twijfel over bestaan.
Ze straalt rust en zelfzekerheid uit.

Ik wil haar niet overvallen met een sportvraag. Maar ik wil haar toch een beetje verrassen, haar evenwicht een beetje testen in feite. Dus vraag ik haar waarover met Nenah een babbel is te slaan als we het niet over atletiek hebben.

“Eventueel over mijn studies. Naast mijn sport studeer ik ergotherapie. Ik zit in mijn eerste jaar ergotherapie aan de Arteveldehogeschool. Ik wil later graag fysieke revalidatie doen. Dus samenwerken met kinesisten. Maar dan als ergotherapeut.”

Ze spreekt opvallend verzorgd. Bijna als een logopediste. Zij heeft het over andere paramedische opleidingen, maar logopedie zou haar ook niet misstaan, denk ik direct. Ik zeg het haar niet. Ik laat haar zijn wie ze wil zijn. Want daar lijkt ze ook geen moeite mee te hebben. Ze praat met overtuiging, met nuance ook. Misschien is ze wel een babbelkous. Zal nog moeten blijken.

“Ik heb ook al stage gedaan, maar dan bij mensen met een mentale en fysieke beperking.
Ik ben een zeer behulpzaam persoon. Als ik iemand zie sukkelen op een bus bijvoorbeeld, of iemand die niet goed kan staan, dan zal ik de eerste persoon zijn die zal rechtstaan en zal zeggen, 'Zet u maar'... Ja, zeer behulpzaam.”

Oeps, ze wint direct een stukje van mijn sympathie. Iemand die zo direct over zichzelf gaat praten, in een kennismakingsgesprek, dat vind ik zelf ook wel super! Ze klinkt bovendien helder en zelfverzekerd. Gaat daardoor ook een tikje luider. De onderstrepende 'jaa's' komen er in  in serie uit, alsof ze een hordenwedstrijd afwerkt.

“Ja toch wel. Ja ik help graag mensen en ja over mijn studies mag je mij zeker altijd aanspreken.”

Inderdaad, ze is mijn openingsvraag niet vergeten. Attent, sociaal intelligent, denk ik dan. Maar ze heeft me toch nog niet alles uitgelegd. Waarom dan precies ergo, wil ik weten. Ligt kinesitherapie niet dichter bij haar eigen sportbeleving?.

“Ja eigenlijk ligt dat wel dichter, maar... als ik afgestudeerd zal zijn...  (Ze legt even uit dat dit nog wel een tijdje kan duren) Ik zal nog wel een tijdje studeren, omdat ik mijn studies splits, maar ik denk dat ik niet tot aan mijn pensioen in hetzelfde wil blijven. Als ergotherapeut kan je ook verschillende wegen uit. Je kan overal gaan werken en niet enkel bijvoorbeeld bij mensen met blessures. Je kan bij mensen met een mentale beperking werken, bij mensen met een fysieke beperking... wat dan toch bij kinesitherapie  aansluit. Ik was, toen ik begon te studeren, er nog niet helemaal uit bij welke doelgroep ik zou willen werken. Ik heb een paar keer wel vergeleken wat ik precies wou doen en ergo lag toch wel het dichtst bij wat ik wou.”

Inderdaad een meisje dat de dingen afweegt, die zelf niet zo rap uit balans is te brengen, denk ik. Ik probeer het dan maar met een meer ongewone vraag. Of ze 'de slimste mens' kent. Ja, natuurlijk! Wat zouden dan volgens haarzelf de vijf beste trefwoorden zijn die de kandidaten achter de naam van Nenah De Coninck moeten zetten?
Ze kijkt wat verbaasd, maar begint dan onmiddellijk te lachen.

“Ja eeehhuu 'atletiek', ik ben atlete dus, .... en 'Europese titel op de 400m horden bij de junioren'.....   hhuuu..... 'Gent!'  Ik ben van Gent en ik woon hier heel graag en ik studeer hier heel graag, rondlopen in Gent, dat doe ik heel graag....” 

Ze aarzelt nu. Ze heeft drie trefwoorden gegeven.

“Nog twee trefwoorden?   Ja, 'Patrick'.... mijn trainer, mogen ze daar ook zeker bijzeggen, Patrick Himschoot is de trainer aan wie ik toch enorm veel heb te danken in mijn carrière die ik tot nu toe heb meegemaakt..... En hopelijk, mocht je mij die vraag over drie jaar stellen, dan zou je daar nog 'Olympische Spelen' kunnen bij zeggen!

Ja, mooi, zou Erik Van Looy zeggen en deze reeks direct goedkeuren. En, neen, ik zelf zou deze serie van vijf De Coninck-etiketjes niet direct gevonden hebben. Twee misschien wel, of drie, maar zeker geen vijf.
Enfin, dat vind ik dus een goede vraag van mezelf: ik heb iets bijgeleerd over Nenah.

Mijn voorzichtigheid is weg. Een korte en krachtige vraag nu: 'Is het een jaar als een ander?'

“Eigenlijk niet. Ik ben nog altijd aan het balen dat ik Rio op zeven honderdsten gemist heb...”

Haha, ik wist het! Daar komt het!

“Dus ik heb mij dubbel zo hard ingezet om het wereldkampioenschap te halen deze zomer. Dat is alle categorieën, dat is bij de senioren. Dus ik hoop echt dat ik dat ga halen. Ik was nog maar negentien jaar toen de Olympische Spelen doorgingen, ik was nog een tiener. Dus ik denk dat het wel een mooie compensatie zou zijn, als ik op mijn twintig jaar op mijn eerste wereldkampioenschap zou staan!”

Ze gaat verder. Ik zie dat ze bereid is haar motivatie in meer dan twee zinnen uit te leggen. Nenah blijkt wel haar zaakjes op orde te houden.

“Mijn voorbereiding is een beetje beperkt geweest, doordat ik twee weken verplicht rust moest nemen van de dokter, omdat ik een beetje met oververmoeidheid en overtraining zat. Ik merk nu wel dat ik op twee weken trainingsachterstand zit. Maar mijn trainer kan mij ook perfect inschatten. We hebben het er heel vaak over, over dat wereldkampioenschap. We zien het allebei wel goed komen. Als ik nu niet meer teveel beperkt wordt in mijn trainingen, zou het normaal gezien toch wel mogelijk moeten zijn.”

Voilà zie, dat noemen ze focussen. Ik vraag me toch af, hoe het eigenlijk allemaal is begonnen, die atletiekloopbaan van haar.

“Ik heb vroeger als klein meisje altijd geturnd en gedanst. Maar op school, in de turnles, als er atletiek was en er waren sprintjes en zo, dan stak ik er altijd met kop en schouders boven uit. Ook tegen de jongens! Ze konden niet goed tegen hun verlies en toen zeiden ze 'nog ne keer tegen Nenah, lopen!' Maar toch won ik altijd. En mijn turnleraar heeft toen gezegd, Nenah zou je het niet overwegen om eens een training te gaan doen in atletiek. je hebt echt wel talent, denk ik. Maar ik weet het nog, op dat moment, ik wou dat precies niet... Maar ik heb dat dan toch gedaan en na een jaartje – ik heb mij dan vrij snel aangesloten bij een club – zeiden ze daar ook: amaai je hebt echt wel talent!
Ik ben begonnen op mijn tien jaar. En na een jaar, als ik elf was of bijna twaalf, mocht ik al naar de topsportschool gaan.”

Ik wil nog van Nenah weten hoe ze zich kan ontspannen. Ze had al verklapt dat in Gent rondlopen wel iets was...

“Ik vind Gent een prachtige stad. Ja, ik ga graag naar Gent. Na de lessen ga ik graag eens op mijn eentje door de Veldstraat lopen. Als het goed weer is aan de Graslei gaan zitten.
En naast mijn sport, moet ik wel zeggen, naast mijn sport ben ik heel lui. Ik hang ook heel graag in mijn zetel, om naar series te kijken en zo, dat doe ik ook graag. En met vrienden op stap gaan ook ja!”

Allez Nenah, wat is dat nu? Een topsportvrouw die zichzelf 'lui' noemt. Dat wil je toch niet gedrukt zien? Daarom van mijn kant weer iets heel serieus: 'Welke vraag stel je soms aan jezelf?'

Ze zucht...

“Da's een moeilijke! Ik vraag me soms af, hoe lang ik atletiek ga doen. Ik heb op die tien jaar dat ik atletiek doe al heel veel te kampen gehad met blessures, de ene na de andere. Ik hoop gewoon dat mijn lichaam het lang gaat volhouden. Want ik doe het ongelooflijk graag. Dus ik wil het nog lang volhouden. Ik wil zeker nu de volgende Olympische Spelen halen  en die daarna ook. Zeker! Dan ben ik 28. En dan zal ik kijken of mijn lichaam het nog aankan of niet. Ik ben nu al vaak uitgeput geweest. Of met overtraining gekampt. Ik word ook wel zeer goed opgevolgd door kinesisten en zo, dat moet ik ook wel zeggen. Ik heb een heel medisch team rond mij. Maar of mijn lichaam het echt lang gaat aankunnen, daar stel ik me soms wel vragen bij.”

Ze begon vrij vroeg in ons gesprek spontaan over haar behulpzaamheid. Als ik nu naar nog een positieve eigenschap van haar zou vragen, dan zou ze die wellicht snel geven.

“Doorzettingsvermogen!”

Dat komt er zeer assertief en direct uit! Met een zekere stemverheffing zelfs.

“Dat is een zeer belangrijke eigenschap, denk ik,  als topsporter.
Ja, ik heb het al gezegd, ik heb twee weken stilgelegen...”

Ze versnelt nu nog haar woorden, jaagt zichzelf een beetje op.

“Ik ben nu ook weer aan het kampen met scheenbeenvliesontsteking, mijn hamstrings doen aan beide kanten pijn. Er zijn er zeker die zouden zeggen: dat zomerseizoen dat gaat al  niet meer lukken. Maar ik, ik probeer daar van af te geraken, knop omdraaien, mijn focus ligt nog altijd op het wereldkampioenschap. Ik ga constant naar de kinesiste. Ik doe oefeningen om al mijn spieren en pezen daarrond te versterken. Ik heb een ongelooflijk doorzettingsvermogen.”

Ik heb nog een vraag in petto over omgaan met tegenslag, maar die durf ik haar nauwelijks nog te stellen.

“Met tegenslag? Ja, daar kan ik mee om. Ik zet dat om in motivatie!”

Kort en krachtig deze keer. Alsof ik daar zelf maar eens moet over nadenken. Dan wil ik toch nog wel weten of er iets is dat haar nerveus kan maken.

“Huuu....mm.”

Denkt lang na.

“Op gebied van sport? Ja, ik kan wel nerveus worden als ik op training heel veel pijn heb en ik zeg tegen mijn trainer 'Patrick, sorry, maar ik heb te veel pijn ik kan echt niet meer'.. en dan zegt die: 'Probeer nog ne keer'. Ja, ik weet, dat is de taak van een trainer. Maar soms komen we daar niet altijd in overeen, tot waar de grens gaat waar ik nog kan voort doen of ik echt moet stoppen. Daar kan ik me soms wel een beetje nerveus in maken, ja.”

Ik had eerder verwacht dat ze iets over wedstrijdstress zou zeggen.

“Ik kan heel goed met stress omgaan. Ja, zoals bijvoorbeeld op de finale van het Europees kampioenschap bij de junioren, toen had ik echt niet veel stress. Ik heb ook zeer veel zelfvertrouwen. Ik spreek dingen in:  'Kom Nenah het gaat wel lukken, het is van u vandaag!'. Ik stap naar mijn startblok en alles rondom mij valt weg. Ik en mijn startblok en mijn tien horden staan daar, en van de rest trek ik mij niets aan. Ik kan mezelf zeer goed afsluiten van alles en iedereen waardoor ik direct een pak minder stress heb ja.”

Mooi, dat lijkt toch wel erg op een mentale sterkte of competentie. Of ze ook psychologische training heeft?

“Ja. Ik werk samen met een mental coach die ik zo om de drie of vier weken zie. Die geeft me tips en zo voor als ik stress heb, wat ik dan beter kan doen. Bijvoorbeeld dagen voordien, hoe ik mijn slaap kan verbeteren als ik zou merken dat ik niet in slaap kan vallen. Ja ik heb aan die samenwerking al heel veel voordelen gehad.”

Natuurlijk heb ik me een beetje voorbereid op dit gesprek. En natuurlijk heb ik recente foto's van haar gezien in een zonnig Zuid-Afrika. Daar willen we meer over weten.

“Ja, als we daar zitten in januari, dan is het hier winter. En dat scheelt zo ongeveer dertig graden. Het voordeel daarvan is, dat ik dan al in die dertig graden de horden buiten kan trainen. Je kunt snelheid trainen, je kunt de 400 horden doen en ge neemt dat mee in de training naar de zomer. Dat zit nu al in mijn benen. Ik weet al wat ik in januari kon, dus ik weet waar ik nu ongeveer moet staan. Dus kijken we in Zuid-Afrika: daar kon je op zo veel horden die tijd maken, nu kan je maar zo veel, waar zit de fout? Het is zeer goed om te vergelijken.
Ik vertrek trouwens volgende week voor drie weken naar Tenerife. De twee stages vergelijken is heel mooi om te zien hoe we de training moeten aanpassen.”

Ja zeg, haar sport brengt haar een beetje overal op de wereld. Maakt dat van haar een wereldburger, wil ik natuurlijk weten?

“Jaja, ik vind dat heel leuk om in andere landen te komen. Ik vind het ook leuk dat ik al iedere keer een kampioenschap heb gehad in een ander land. Ben nog nooit naar het zelfde land geweest. Ik ben naar Amerika geweest, naar Zuid-Afrika op stage.  Het zijn ook ervarigen die je meeneemt. Je ziet ook iedere keer iets van een  land. In Amerika bijvoorbeeld zijn die straten allemaal lijk blokjes, veel mislopen kunt ge daar niet, das wel leuk om te zien.”

Ja, de wereld zien is één ding. Maak hoe ziet de toekomst van de wereld er uit. Zou ze zich daar, als jonge vrouw, zorgen over maken?

Zucht merkelijk wat dieper.

“Jaa, ik maak me daar soms wel zorgen in, ja. Ik zou heel graag oud worden later met niet de zorgen aan mijn hoofd van: gaan mijn kleinkinderen de wereld nog wel zien zoals ik hem heb gezien als ik twintig was. Ja ik kan daar wel over nadenken, ja.”

Ben je met sociale media ook bezig?
Of tracht je die een beetje links te laten liggen?

“Ik ben ongelooflijk met sociale media bezig!”

Klinkt zéér overtuigend.  Ze lacht.

Ja, facebook, twitter, instagram, ongelooflijk ja, ik heb ook een facebookpagina en facebookprofiel, dat is al twee keer facebook wat ik moet onderhouden.
Maar dat is ook heel veel op vraag geweest van mensen. Als je iemand tegenkomt bijvoorbeeld of als mensen mij als facebook-vriend vragen, dan zeg ik: 'Kijk, ik heb een pagina, ik heb een instagramaccount, ik heb een twitterpagina. Je kunt me daar op volgen. Dat is wel heel leuk...”

Hallo, ik heb een snaartje geraakt. Ze versnelt nog in haar woorden.

“Ik  heb ook al een paar keer - en dat vind ik nog veel leuker dan die sociale media -  fanbrieven gekregen. Brieven van mensen die foto's van mij hadden afgeprint en die vroegen: 'Wil je een handtekening zetten?' Daar zat dan een mooie enveloppe bij, met een postzegel en het adres er op  om terug te sturen. Eigenlijk is dat niet meer de tijd van nu, dat is wat old school precies, maar ik vind dat mooi, dat is iets persoonlijk en dat vind ik veel leuker!”

En ben je graag een voorbeeld, een jong sportidool zeg maar, voor andere jonger mensen?

“Ja ik ben dat heel graag. Zo zijn er een aantal meisjes, zelfs van een andere club, die mij kennen en iedere keer als ze mij zien op een wedstrijd, dan komen ze bij mij en vinden het super leuk dat ik met hen praat en dat ik hen ken ondertussen Ik vind het heel leuk om een voorbeeld te zijn. Als ze mij zouden vragen om voor een paar kindjes en motivatiespeech te gaan doen, ik zou dat heel graag doen. Ja, heel graag!”

Hoe het nog zou gaan met ons Nenah?
Goed zeker?

ADD