Blaarmeersenloop: parcourskennis

Zoekveld

Blaarmeersenloop: parcourskennis
08
apr

De Blaarmeersenloop. Voor de dertiende keer al. Het geeft je het gevoel tot een groter geheel te behoren. Een gemeenschapsgevoel. 

‘Hela Vosje,’ zegt onze voorzitter door de micro wanneer ik mij al joggend naar de start begeef, ‘dat is niet het juiste clubtruitje.’

Onze voorzitter Alain heeft gelijk. Maar ik kan het aantal clubtruitjes dat ik in de loop van de jaren verzamelde niet goed meer uit elkaar houden. Ik heb er met de Buffalokop op vooraan. Dan weer achteraan. Het dierbaarst is mij het blauwe truitje met de twee schuine witte strepen. Wat keken wij op naar grote atleten als Gaby De Geyter of Régis Ghesquière wanneer zij in dat truitje schitterden.

Aan de start verdringen zich de lopers. Het signaal wordt heel eenvoudig gegeven. Door middel van af te tellen. Niet met een startschot. 

‘Nog vier minuten. En dan breekt de hel los,’ zei onze voorzitter door de micro. Daar moest ik aan denken toen Pascale bij drie, twee, een, START was aanbeland.
Een zachte regen doet fijne druppeltjes op de glazen van mijn bril ontstaan. Bij overmaat van ramp vormt zich een lichte nevel aan de binnenkant van het glas. Waardoor ik bij de eerste passage op de piste mijn brilletje in allerijl aan Geert dien te overhandigen. Geert bewaakt de vestiaire.
‘Wil jij de vestiaire doen, Johan,’ had mijn vriend Luc mij gevraagd. ‘De Blaarmeersenloop is net tijdens ons verhuisweekend.’

Om negen uur kwam ik de piste opgedraafd. Net op het moment dat het zomeruur inging. Desondanks was er al heel wat bedrijvigheid. In de kantine werd warme koffie geserveerd. Johan was bezig de spandoeken van Gruut, naar wie de 13de Blaarmeersenloop is genoemd, aan de startplaats te hangen.

Bij de ingang van de vestiaire slaat Guy, de oudere broer van Luc, een praatje. Norbert komt erbij. Hem zien we een keer per jaar tijdens een herfsttraining in de Lembeekse bossen.
In de vestiaire staan is best gezellig.
Toch ben ik blij dat Geert mij netjes aflost voor de 10 kilometerloop. Regen. Modder. De afdaling van de parking naar de Leie is een echte glijbaan. Het doet mij denken aan de memorabele beelden van Woodstock 1969. Toen er werd gescandeerd ‘No rain, no rain.’ En er als op een winterse baan na het nemen van een aanloop in de modder werd gegleden. 

Rond de heuvel. Voor mij loopt Kurt. Hij is makkelijk te herkennen. Links zie ik een gabber de heuvel ronden en ineens voor mij bij Kurt opduiken.

‘Dat is parcourskennis Vos,’ geeft de gabber later als uitleg.

De dijk boven de camping. Langs de klimzaal. En zo terug naar de piste.

Bernard wijst de weg. Tijdens het passeren roept Katrien mij toe.

‘Hé Vosje,’. Wat is het leuk om in die grote groep een bekende loper of een trainingsmaatje te ontmoeten.

Na afloop worden bekertjes met water uitgedeeld. Niet echt een prioriteit bij zo’n regenachtig weer.
Terug in de vestiaire. Wanneer ik enkele natgeregende atleten de weg naar de dichtstbijzijnde kleedkamer wijs, tonen zij zich dankbaar.

In de kantine is het dringen. Schepen van Sport Resul Tapmaz deelt aan de winnaars de prijzen uit. Ik had graag een woordje Turks met hem gewisseld. Maar misschien is dit niet direct het moment.
De 13
de Blaarmeersenloop. Het begin van de lente. Alhoewel we twee edities geleden de 5, 10 of 15 kilometer door sneeuw en ijs dienden af te haspelen.

De Blaarmeersenloop. Een van de hoogtepunten van het jaar. Het gevoel tot een club te behoren.

Johan De Vos