Papa’s

***  Gent 1 oktober 2019   ***

 

Als papa ben je altijd belangrijker dan als trainer.

Zou deze uitspraak kunnen misbegrepen worden? Ik denk, als je ze zeer aandachtig leest, niet. Maar toch. Misschien is het nuttig om even de context mee te geven waarbinnen deze woorden zijn gevallen. Kritiek op journalistiek werk in de aard van “Die uitspraak is uit zijn context gerukt!”, is snel te horen.

De zin is met passie uitgesproken op een vergadering van KAAG-trainers. Het gebeurde bij de vaststelling dat een jonge trainer koos om voorrang te geven aan zijn klein, jong gezinnetje en zijn trainersfunctie even ‘on hold’ ging zetten, zoals we het dan zo mooi zeggen. De overtuigde en overtuigende spreker werd niet tegengesproken. En dat was waardevol.

Waardevol omdat – vele wijsgeren hebben het ons al uitgelegd – twee waarden mekaar een beetje concurrentie kunnen aandoen. Ook binnen één persoon. Een intern belangenconflict dus. En de persoon in kwestie kiest voor zijn gezin. Mooi.

Mooi, ook omdat het de rol van ‘trainer zijn’ volledig tot zijn recht laat komen. Trainer zijn vraagt inzet, vraagt aanwezigheid, kost tijd en energie. Zeker als atletiektrainer op het niveau van onze club: niemand is fulltime trainer. Iedereen van het corps is ook ‘nog iets anders’. Trainer zijn, dat doe je ‘er bij’. Gebeurt dat met onverbeterlijke beschikbaarheid, altijd die hoge attentheid, altijd diezelfde passie, dan is minstens één houding daar tegenover passend. Die van respect.

Slechts zeer af en toe hoor je die trainers vragen om respect. Maar respect verdienen ze wel. En die mogen ze krijgen. Liefst spontaan krijgen van alle andere steakholders rondom hen: van atleten, van ouders, van bestuurders, van supporters, van collega’s. Het is hen onbaatzuchtig gegund. Respect.

Jij bent de papa, ik ben de trainer, OK?

Zou deze uitspraak kunnen misbegrepen worden? Ik heb ze bij het schrijven van dit artikel nu al een keer of acht herhaald, en ik denk dat deze woorden evenmin aan duidelijkheid te wensen overlaten. Of ben ik nu even niet in staat om ze los te zien van de context waarin ze uitgesproken werden?

Context? Ach, misschien kun je die wel raden. De zin is neergedaald uit de mond van een van de trainers, op diezelfde vergadering hierboven vermeld. Alweer moet ik tegen die trainer zeggen: ‘Groot gelijk!”.

Want raad eens, we zitten hier toch in een niet zo denkbeeldige situatie, dat een jonge atleet op een wedstrijd uit twee bronnen te horen krijgt ‘zo moet je het doen’ (van de papa) en ‘neen, zo moet je het doen’ (van de trainer). Jonge atleet in loyauteitsconflict. Moet ik luisteren naar papa? Of naar de trainer? Stress. Ongewenste stress op dat moment.

De trainer eist hier niet noodzakelijk zijn plaats op. Neen, maar vraagt wél minstens duidelijkheid over die plaats. Want de onduidelijkheid twist de jonge springer, werper of loper in een knoop.
Jazeker, de trainer mag dat doen. Als ook dat gebeurt in wederzijds respect, lukt dat ook, altijd!

Zo’n akkefietje staat ook uitvoerig beschreven en becommentarieerd in het boek “Sportouders – Wat ouders van sportende kinderen moeten weten”, van Tom Teulingkx en Marc Geenen. We waren met een aantal leden en bestuursleden aanwezig bij de boekvoorstelling vorige maand, georganiseerd door Panathlon Gent.