In stukken

*** Gent 25 november 2020 ***

In stukken

Wat zijn de kleuren van de herfst mooi dit jaar! Komt het doordat we beperkt zijn in onze bewegingsvrijheid en we daardoor inniger beschouwen? Bij mij komt er nog boven op dat na een val mijn schouder is ingepakt. Waardoor mijn actieradius nog meer dan die van de mensen rondom mij is ingeperkt. 

Zo komt het dat ik vandaag samen met mijn vrouw en ons hondje Luna de tuin van de Sint-Pietersabdij ging verkennen. Wat een heerlijk oord is dat! Gelegen op een heuvel langs de Schelde. Je vindt er een wijngaard, fruitbomen met goudgele appeltjes die blijven hangen als kerstballen, vijgenbomen enzovoort. Tussen de ruïnes zijn verschillende waardevolle plantensoorten te bewonderen. Er is een historische kruidentuin met salie, rozemarijn en tijm. Net als in het lied van Simon en Garfunkel: Parsley, Sage, Rosemary and Thyme.

Onwillekeurig denk ik aan de atletiek. De helling langs het water doet mij denken aan het golfterrein in Vittel, waar we op stage waren en onze trainer Etienne ons het begrip fartlek leerde kennen. Het was de tijd dat Finland toonaangevend was. Je had de overwinningen van Lasse Virén op de vijf- en de tienduizend meter op de Olympische Spelen in München in 1972. Waardoor wij aan de loopschoenen van Karhu een bijna mythische betekenis toekenden. Op een van de hoogste plaatsen van het golfterrein in het trainingsoord wees onze trainer Etienne naar een onbestemd punt in de verte. Daar liggen de Vogezen, sprak hij. Na de dagelijkse twee trainingssessies namen we een droge Finse sauna.

Wat heb ik genoten van de periode dat ik samen met mijn vrienden aan competitiesport heb gedaan! Samen afzien, wat was het heerlijk. Zo werkten we zelfs bij vriestemperaturen en lopend over het ijs onze tweehonderds af. Waarbij Johan Dobbelaere, die toen deelnam aan het EK voor junioren in Donetsk, onder zijn bleekblauwe trainingsvest enkele bladen krantenpapier had bevestigd om de grootste koude te weren. Mijn vriend, de heer B., oefende eenzaam en verlaten in het licht van de koplampen van zijn auto op het tweede plein van La Gantoise in het kogelstoten. Het metalen projectiel voelde zo koud aan dat hij de kogel diende op te warmen op de motorkap van zijn draaiende auto.

Maar dat aan competitiesport en vooral dan die op het hoogste niveau ook een keerzijde is verbonden, dat weten we allemaal. Het werd het grote publiek nog eens duidelijk gemaakt door de coming out van enkele jonge topatletes. Zij hadden het over hun eetstoornis en hoe die gaandeweg hun leven ging beheersen. Het zijn moedige en ontroerende getuigenissen van jonge mensen die precies datgene wat van hen wordt verlangd zó goed willen doen dat het niet meer werkbaar is. Maar misschien verwachten wij ouders, trainers, officiële instanties teveel van sommige jonge mensen. Zien we te weinig hoe kwetsbaar ze zijn. Misschien moeten we het begrip topsport herdenken? Er alleszins over praten. Zoals die meisjes o zo moedig deden. Onze verwachtingen naar beneden halen. Of zoals ik vanmorgen hoorde op de podcast Gérard & ik: de doelstellingen zijn vaak de oorzaak van het niet presteren.Laten we jonge mensen toch niet in stukken vallen.

Johan De Vos