It takes two to tango

*** Gent 30 december 2020 ***

We deden al eerder een poging om de coronagedachten van onze leden onder woorden te brengen. Een kleine steekproef met een beperkt aantal vragen leidde ons in augustus 2020 tot deze samenvattende bevindingen, eerder op onze website: https://kaag.be/blog/2020/08/11/kaagers-in-coronatijd/

Als de Gentse uitdrukking ‘alle neuzekes in dezelfde richten zetten’ iets betekent, dan heeft corona wel zo iets gedaan. Zeker met ons inzicht op ‘sociale afstand’ en ‘sociaal contact’. Vaak lazen we hoe de sociale contacten werden gemist (Ineke Cassiman) en dat ze dus in normale tijden ook als zeer belangrijk mogen aanzien worden (Sabine De Grave). Sport zelf is sterk verweven met die sociale component. Sport is een zinvolle bezigheid, een sociale gebeurtenis en een uitlaatklep (Isabelle Moray ). Niet in het minst atletiek, wat een individuele sport lijkt, maar toch is het ‘samen’ dat we beter worden en dat we plezier maken (Thomas Pauwels). Plezier maken en er het beste proberen uit te halen, dat was en is zeker een drijfveer bij onze jongste atleten (Amélie Sonneville).

Wij vonden tot toen erg illustratief. Vier maanden en een pandemiegolf verder is ons gevoel en onze overtuiging daarover niet veranderd. Integendeel eerder verdiept en versterkt.

Dat een clubpoeet als Johan De Vos het volgende laat optekenen verwondert ons geenszins: “Voor mij komen de zachte waarden naar boven, zoals solidariteit met anderen en respect voor de natuur”. Merkwaardiger vind ik de zinnen van een youngster als Thomas Pauwels: “Lopen hoeft niet altijd prestatiegericht te zijn. Daarnaast is het belang van het sociale contact me erg duidelijk geworden. Want al lijkt atletiek een individuele sport, het is samen dat we beter worden en plezier maken.” Deze woorden geven mij een uitdagend aangenaam gevoel.

Toen ik aan het begin van de jaren ’70 de leeftijd had die deze Thomas nu heeft was ik jeugdtrainer bij AS Rieme. Toen al waren interclubcompetities voor mij de max. Maar ik had niet altijd het gevoel dat we daar als groep of als team aantraden. Ik nam toen het ongewone initiatief om kort voor de eerste proef de ganse blauw-gele ploeg bijeen te roepen op het middenterrein en kort het aanwezige publiek te groeten. Publiek dat natuurlijk alleen bestond uit enkele ouders. Dit duurde amper enkele minuten. Opgeladen en gezegend met de energie van de groep kon nadien elke jonge atleet naar zijn nummer. Enfin, zo zag ik het tenminste en ik geloofde daar sterk in. Niet iedereen evenwel, want later op de dag mocht ik deze ongewone ‘act’ (andere clubs deden zo iets niet, alleen AS Rieme!) gaan uitleggen bij de voorzitter.

Atletiek is bij uitstek een individuele sport, hoor je wel eens benadrukken. Jawel, en tennis is dat dan ook. Maar als Elise Mertens een tornooi wint en bij de ceremonie de obligate dankwoorden uitspreekt voor organisatoren en sponsors, dan vind ik dat behoorlijk afgezaagd, maar als ze nadien ook ‘haar team’ even voor het voetlicht brengt, dan word ik vaak wat emotioneel. Inderdaad, denk ik dan, sporten doe je nooit alleen.

In De Standaard van 23 december 2020 spreekt basketbalspeelster Emma Meesseman in dezelfde zin: “Zonder team ben je niets. Samen kun je zoveel meer. Ik heb ­redelijk veel individuele prijzen gewonnen, maar ik ben een teamspeler. Zonder mijn team, zonder hun passes, zonder de coach en de rest van de entourage lukt het niet. Iedereen heeft mensen rondom zich, familie of vrienden. Ook die vormen een team. Er zijn mensen die dat al eens vergeten en zichzelf boven alles en iedereen stellen. Maar zonder je team ben je niets.

Ook naast het veld ben ik een teamspeler. Ik heb een aantal mensen in mijn leven die ik vertrouw en die me dat vertrouwen ook teruggeven. Dat heb ik nodig. ­Weten dat er altijd iemand is bij wie je terechtkunt, geeft me rust, zelfs al woont die ­iemand veraf. Ik ken mensen op heel verschillende plekken in de wereld en onder hen zijn er redelijk wat van wie ik weet dat ze hun deur groot opengooien als ik ervoor sta. Dat soort vriendschappen is voor het leven.”

In de brede waaier van humane wetenschappen is veel evidentie bijeengebracht over de invloed die mensen op mekaar hebben. Edward Bowdly is de grondlegger van de hechtingstheorie in de jaren 50 van vorige eeuw. Bowdly toonde aan dat het voor een jong kind bijzonder van belang was een goede interactie te hebben met een volwassene (toen werd vooral aan de moeder gedacht, nu ziet men het wel iets breder), waardoor dat kind een veilige hechting kan ontwikkelen met die volwassene. 

De idee van een stevige verbondenheid is niet enkel weggelegd voor borelingen, in veel andere levensfasen en omstandigheden is menselijk verbondenheid een geruststellende, motiverende of inspirerende constructie, zo blijkt uit tal van onderzoek.


George Kohlrieser, hedendaags organisatie- en klinisch psycholoog gebruikt in zijn boek ‘Care to dare’ de metafoor van de zekeraar en de klimmer om zijn titelwoorden krachtig te illustreren. Het boek lijkt te handelen over management en leiderschap, en dat is ook wel zo, maar het concept van de auteur is volgens hem ook te gebruiken in pedagogiek, coaching, consulting, dialoog, teamwerking…
Kohlrieser definieert Secure Base Leadership als ‘the way a leader builds trust and influences others by providing a sense of protection, safety en caring AND by providing a source of inspiration that together produce energy for daring, exploration, risk taking and seeking challenge.’

Een groep of een team werkt inderdaad niet vanzelf. Toen Jessica Van de steene, onze sprint- en hordentrainer, haar atletengroep wou meenemen in een actie voor het goede doel (zij zouden sokken gaan verkopen), kostte het haar wel wat over en weer woorden met haar teamleden. Maar niet veel later kwam de verkoopactie goed op gang. Er is wat dialoog nodig geweest. Wat uitdaging. Wat durf. Maar ook wat geruststelling en veiligheid. Deze tweerichtingenstimulans wist Jessica over te brengen. In termen van Kohlrieser zorgde zij voor een Secure Base.

Jaren geleden volgden wij lessen Argentijnse tango. Saskia, onze sympathieke lesgever, maakte perfect duidelijk dat de Leider moest zorgen voor een duidelijk kader. Twee schouders, twee armen en twee handen moesten zorgen voor de structuur. Daarbinnen werd de Volger uitgenodigd tot elegantie, frivoliteit, creativiteit en finesse. Hoe beter de Leider duidelijkheid en rust enerzijds, gedurfde uitnodiging anderzijds, aanbiedt aan de Volger, hoe eleganter het koppel alle stroken van de dansvloer streelt. Dat was zo en dat zal vandaag nog zo zijn! 

In een atletiekclub is het ook een zaak van ‘it takes two to tango’. Alle leden verdienen een veiligheid en zekerheid, waarin hun fysiek en mentaal welzijn gegarandeerd blijft, terwijl ze daarnaast worden uitgedaagd hun persoonlijke mogelijkheden te verkennen en te verbeteren. Trainers en clubverantwoordelijken moeten daar voor zorgen. PR’s najagen en er plezier aan beleven gaan hand in hand. Met gerust gemoed en opgewekt naar de training komen hoort daar ook bij. Bij het beklimmen van de rots moet iedereen kunnen vertrouwen op de zekeraar daar beneden. Dat geldt ook voor vrijwilligers en de ouders. De jonge ouders zien allicht hun benjamins soms alsof ze die risicovolle rotswand moeten doen, wanneer ze nieuwe technieken in lopen, springen en werpen moeten leren. 

Tot slot slot moeten wij de kunst verstaan om af en toe mekaars rol over te nemen. In een club zorgen we ook voor mekaars veiligheid, maar spelen we af en toe de rol van de uitdager. Iedereen hoort er bij. We laten niemand achter. In atletiek zijn we er ook voor mekaar. Dit is geen pleidooi om Argentijnse tango als nieuwe discipline in te voeren in onze sport. Laten we gewoon tangodansen in al onze disciplines.

Moge dit een wens zijn, om wat we gemist hebben in 2020, dubbel en dik terug te winnen in 2021. Geen medaille of podium kan daar aan tippen.