Hoekje om

***   Gent 27 april 2021    ***

Wat houd ik ervan om te bewegen! Daartoe gestimuleerd te worden in groep. Elke zondagmorgen loop ik een eind mee met groep vijf. Vandaag tot aan de Kaaksmetehoeve. Onderweg maken we grapjes. Wat is een kaaksmete eigenlijk? Is het een typisch Gents woord voor een oorvijg? Maar dan wel een met zo’n bijzondere betekenis dat de naam na misschien wel enkele honderden jaren is blijven voortleven. De grote Duitse dichter Friedrich Hölderlin zou van zijn werkgever, bankier Gontard, een oorvijg hebben gekregen en de laan zijn uitgestuurd, nadat de wederzijdse passie tussen diens vrouw en de dichter hem ter ore was gekomen. Zo’n oorveeg was toen het toppunt van vernedering en betekende dat de grote dichter en filosoof Hölderlin, vriend van Hegel, als niet meer dan een dienstbode werd behandeld. 

Aan het brugje over de Leie slaan Kurt en ik rechtsaf. Kurt loopt af en toe een trail en doet het de dag nadien wat kalmer aan. Zo loop ik altijd wel in iemands gezelschap. Voordien samen met Katrien of Jean en Ingeborg. In Afsnee nemen we dan het veer – ik sla een praatje met de veerman en drummer Ludo – en slaan nadien het grindpad in. Wat ging het vlot vandaag. Soms heb je tijdens het lopen het gevoel alsof je benen vanzelf ronddraaien. Dat moeten van die momenten zijn dat wie aan de kop van ons groepje loopt, het tempo de hoogte in drijft zonder het zelf te beseffen.

Erik vertelt over het jonge uiltje dat door mensenhanden wordt grootgebracht en waarvan hij ons een prachtige foto stuurde. Wat kijkt het diertje vol vertrouwen naar de mensenwereld! Maar hij vertelt ook over enkele schitterende prestaties in de Vlaamse atletiek. Dieter Kersten die voordien werd getraind door Karel Lismont, zilveren medaillewinnaar op de Spelen, en die in het Nederlandse Enschede 2u10:22 neerzette, goed voor deelname aan de olympische marathon.

Het loopt tegen de avond en ik maak naar gewoonte een wandeling met ons hondje in het Muinkpark. Ons hondje Luna is zo langzamerhand de mascotte geworden van de jonge mensen die hier elke avond verzamelen. Ze probeert een graantje van de grote picknickweide in te pikken, gaat mee op de foto. ‘Mijn dochter zit hier op kot,’ vertelt Kurt. Hij beschrijft de mooie wit bepleisterde stadswoning met voortuin waar ik wel eens een bakje bier zie onderschuiven. De dochters, want het blijken er twee te zijn, zitten op een bank in het voortuintje. Ik stel me voor als een loopvriend van Kurt, waarop de twee meisjes vragen of ik hier in de buurt woon. ‘Oh, net achter het hoekje,’ antwoord ik. Ik denk aan de boeken van de Vlaamse schrijver Ernest Claes die het kotleven beschreef in werken als ‘Leuven, o dagen, schone dagen’, die ik indertijd gretig verslond, neem afscheid van de meisjes en ga het hoekje om.

Johan De Vos