KAAG familie

 

Wat een heerlijke dynamiek was er weer te bewonderen op de piste aan de Blaarmeersen. Daar was een jeugdmeeting aan de gang. Ik zag hoe moeders druk in de weer waren met hun allerkleinsten. Hoe deze jeugdige atleetjes om ter verst gooiden met een soort slingerbal. Sprintjes trokken over dertig meter of aan hoogspringen deden. ‘Hoger, verder, sneller’. Voor het hoogspringen stonden ze net als op school netjes in de rij. Daar waren al echte sterren bij! Misschien hadden ze gekeken naar de voorbije Olympische Spelen en gezien hoe een echte winnaar zich gedraagt. Maar soms raakte er een de lat waardoor die onherroepelijk naar beneden tuimelde. Dan moesten deze benjamins door hun mama getroost worden. 

Ondertussen stretchte ik mijn stramme ledematen. Samen met Michel, die net een mooie tijd heeft neergezet over de halve marathon, Erik, Kurt enzovoort waren we vertrokken voor een lange tocht langs de Drie Leien. Voor mij is die zondagse loop wel wat ver geworden. Dus nam ik samen met Bert het veer. Dat doen we regelmatig op zondagmorgen. Zodat de veerman mij ondertussen kent en we samen een praatje slaan. Wat is het een welgekomen rustpunt om op deze oeroude manier over het water te worden gezet. Met de veerboom duwt de veerman de boot de Leie over. Net als in de slotscène van de mooie Indische vertelling ‘Siddhartha’ van de Zwitserse schrijver Hermann Hesse.

Op de terugweg naar de Blaarmeersen vertellen Bert en ik ons beider ervaringen met boeken. Hierbij gaan we geen onderwerp uit de weg! We spreken over Freud of over de stelling dat de markt zonder moraal is. Hoe heerlijk is dit terwijl we rustig het kabbelende water van de Leie volgen.

Stram waren mijn benen ook van de fietstocht gisteravond. Nu ik door onze voorzitter Jean ben genoemd als het geheugen van onze club, begaf ik mij met de fiets naar het veraf gelegen dorp Massemen. Daar woont iemand die onlangs in het leegstaande Arsenaal in Gentbrugge foto’s had gevonden van een internationale atletiekmeeting die op 8 juli 1956 in het Jules Ottenstadion werd gehouden. Ik herkende onmiddellijk het oude Gantoisestadion. Hoeveel uren hebben wij daar niet doorgebracht? Op een van de foto’s zag ik de discuswerper Firmin Van Dierendonck. Hij was vooral actief in de jaren 1950, werd toen twee keer Belgisch kampioen en gooide het tuig maar liefst 46,38 meter ver. Wat een mooie en ontroerende foto’s zijn dat! Ze tonen jonge, sterke atleten, waarvan wellicht een aantal vandaag niet meer in leven zijn. Maar daar hoeven we niet om te treuren. Zijn we tenslotte niet allemaal passanten op deze wereld? Waardoor we slechts een taak hebben, het schone te bewaren voor de volgende generatie. Jong en oud die samen trainen, hoe mooi moet dat niet geweest zijn, zegt mijn vriend Bert. Wij hadden inderdaad voor alle loopnummers maar één trainer, Etienne. Je voelt je met elkaar verbonden en vormt een grote familie. Vandaag zouden we zeggen een community. Maar laat het mij maar houden bij de Gantoisefamilie.

Johan De Vos