Cato

Mijn naam is Cato Deschuytter en ik ben 25 jaar oud. Ik heb ergotherapie en orthopedagogie gestudeerd en ben werkzaam in het Forensische Psychiatrisch Centrum Gent sinds februari 2020.

Sinds mijn 5 jaar doe ik atletiek. Ik ben als pré-benjamin begonnen. Wat dus op 20 jaar atletiek neerkomt. Maar nu ben ik gestopt! En dat gaat in mijn omgeving en in de KAAG-gemeenschap niet ongemerkt voorbij natuurlijk;

Een clubjournalist gaf mij een moeilijke, maar toch leuke opdracht. Hij vroeg mij om in het hoofd te kruipen van een aantal mensen die ik goed ken en om hen een aantal vragen te laten stellen aan mij, Cato. Uiteraard over atletiek! Hij dacht wellicht: ‘Cato is iemand die dagelijks met mensen omgaat in een psychiatrische setting, die moet dat wel kunnen’. Nadien moest/mocht ik die vragen zelf beantwoorden! Je leest hieronder wat het geworden is.

20211201 Cato in Sofimgroep

 

Op deze foto zien we Cato in de zittende rij, derde meisje van links, met haar arm rond haar vriendin Hanne.
Helemaal vooraan zit Cato’s broer, Kobe.
In de staande rij herkennen we ook Sarah Missinne die vermanende orders aan het geven is aan haar broer.

Ik begin met je eerst de mensen voor te stellen die in mijn interviewverhaal een rol opnamen. In volgorde van optreden.
De eerste is Nele Meylemans, een concurrente sinds de jeugd en sedert de laatste paar jaar ook trainingsvriendin geworden.
Vervolgens kom ik bij  Veerle Blondeel, mijn vroegere trainer kogelstoten en discuswerpen.
In deze rij mag natuurlijk Luc Van Maldegem niet ontbreken. Luc is één van de vele trainers die ik heb gehad, maar veruit de beste en ook de laatste trainer. Luc volgde mij al sinds mijn 6 jaar en uiteindelijk ben ik als atleet bij hem terecht gekomen rond mijn 20 jaar.
Uiteraard zijn er mijn ouders,  binnen de club bekend als Hilde en Frank. Zij zijn het die me sinds mijn eerste wedstrijd tot aan mijn laatste wedstrijd overal naartoe gevoerd hebben en er steeds bij waren, mijn grootste supporters ook!
En last but not least in deze reeks Hanne Van Haelter, mijn oudste atletiekvriendin, waarmee ik jaren  getraind heb, maar vooral veel gelachen.

Nele: ’Ik denk dat velen met de vraag zitten waarom je voor de speerwerpen hebt gekozen.’

  • Als jong kind in de atletiek is het de bedoeling dat je van alle onderdelen wat proeft. Naarmate je ouder wordt, merk je ook wat je meer ligt en wat je minder ligt. Ik was als jong meisje altijd heel klein, waardoor de loopnummers en vooral de sprintnummers mij niet lagen (ook omdat ik er eerlijk gezegd weinig talent voor had). Ik en anderen merkten dat de werpnummers daarentegen wel volledig mijn ding waren. Ik deed dit graag en was er zeker niet slecht in. Ik begon me tijdens het ouder worden wat meer toe te leggen op kogelstoten, discuswerpen, hockeybal en vanaf de leeftijd van 12 ook op het speerwerpen. Mijn grote broer deed op dat moment speerwerpen en zo ben ik er dan ook wat ingerold. 

 


Veerle: ‘ Welke kwaliteit of capaciteit vond je goed/belangrijk)?’

  • De allerbelangrijkste capaciteit vond ik dat je tegen je verlies moest kunnen. Hier hebben vooral mijn ouders enorm op gehamerd.  Ook denk ik dat het belangrijk is als atleet om doorzettingsvermogen te hebben. Als je opgeeft wanneer het even minder gaat, zal je niets bereiken.

Veerle: ’Wat zou je als trainer ook doen (wat je leerde van een andere trainer)?’

  • Van jou, Veerle, heb ik bijvoorbeeld geleerd om het allemaal niet te serieus te nemen, maar ook de nodige portie humor erin te houden en dingen aan te leren op een speelse manier. Dit is ook wat de jeugd nodig heeft. Niet te veel gepush op een jonge leeftijd en vooral plezier in de atletiek.


Luc:  ‘Je was als jonge atlete steeds aangetrokken tot het speerwerpen. Wat was jouw motivatie om toch te blijven verder werken en trainen alhoewel de tegenstand groot was?’

  • Zoals eerder vermeld was ik als jong meisje heel klein. Dit heeft er ook voor gezorgd dat niks vanzelf kwam en dat ik altijd heel hard heb moeten trainen en doorzetten. Speerwerpen was iets wat ik heel graag deed en waar ik mij ook volledig op wou toeleggen. 
  • De tegenstand schrok mij dus ook niet af. Ik zag dit eerder als een motivatie om steeds beter te willen doen. Een echte atleet moet tegen zijn verlies kunnen en dit was ook voor mij zo.  You win some – you lose some. Ik daagde vooral mijzelf uit om te groeien als sporter en nieuwe doelen te stellen. Ik richtte mij niet zo hard op anderen, omdat ik doelen voor mezelf stelde. Als jonge atleet was dit 30 meter, als ik iets ouder werd, werd dit 40 meter. 

Luc: ’Wat was je gevoel op het moment van je eerste 40+ worp?’

  • Dit was op een wedstrijd op Racing Gent, dat weet ik nog goed. 40 meter was iets waar ik heel lang naar gewerkt had en wat ook vrij lang een doel was. Dit heb ik behaald met jou als trainer, Luc. Ik kan me mijn leeftijd niet precies herinneren maar ik weet wel dat ik uiteraard een gat in de lucht sprong. Dit was een streefafstand en eenmaal hier over geraakt was er een barrière doorbroken en geraakte ik er ook meerdere keren over.
  • De worpen over de 40 meter maakten me gelukkig en trots. Dit was het gevoel waarvoor je het als atleet doet.

Mijn Ouders: ‘Wat heb je geleerd als atleet, Cato?’

  • Ik denk dat ik vooral geleerd heb hoe belangrijk het is om tegen je verlies te kunnen. Jullie apprecieerden het ook niet als ik mijn hoofd liet hangen, nadat ik een 2e plaats had in plaats van een 1e plaats. Jullie waren er ook steeds om mij op te vangen na een teleurstellende wedstrijd, maar evengoed om me opnieuw te motiveren voor de volgende wedstrijd.

Hanne: ‘Hej, Cato, wij hebben bijna 20 jaar samen atletiek gedaan. Had je ooit gedacht dat je zo lang op KAAG zou blijven plakken? ‘

  • KAAG was zowat als een 2e thuis voor mij. Ik heb er heel mijn jeugd beleefd, deed er ook elk jaar sportkampen mee en mijn moeder werkte lang in de kantine. Ik heb er gelachen, geweend en vooral veel gesport. Ik heb er mensen leren kennen die ik doorheen heel mijn leven zal blijven appreciëren. Ik heb mijzelf altijd voorgenomen dat ik atletiek zou blijven doen, totdat ik geen motivatie meer had. Niet gedacht dat deze motivatie 20 jaar zou blijven. Een andere club kiezen, was voor mij uit den boze en voelde voor mij aan als verraad, dus dat is nooit een optie geweest. Vandaar ook dat ik de keuze heb gemaakt (toen ik verhuisde naar Antwerpen) om te stoppen met atletiek. 

Hanne : ‘Wanneer heb je beslist om volledig voor speerwerpen te gaan (en dus geen andere disciplines meer te doen)? ‘

  • Eerst heb ik afscheid genomen van discuswerpen, omdat dit te hard vloekte met speerwerpen (de twee technieken mochten niet in elkaar overvloeien). Nadien heb ik kogelstoten vaarwel gezegd, omdat ik besefte dat ik niet bij de beteren behoorde en dit ook niet ging worden. Mijn talent lag meer bij het speerwerpen. Ik deed dit ook liever. Toen heb ik nog de combinatie sprint en speerwerpen gedaan. Omdat je als speerwerper uiteraard ook de explosiviteit en de snelheid van een sprinter moet hebben. 
  • Het moment dat ik gekozen heb om volledig voor speerwerpen te gaan, was langs de ene kant een moeilijk moment aangezien niemand van mijn vrienden ook speerwerpen deed en dus in de sprintgroep zaten. Ik besefte dat door mij volledig op speerwerpen te richten ik dus ook minder contact zou hebben met hun. Dit moet op de leeftijd van ongeveer 19-20 jaar geweest zijn. Langs de andere kant was het een logische keuze, omdat mijn trainer mij ook sprinttraining gaf, verweven in de speerwerptrainingen.  
  • Speerwerpen is mijn passie geweest en sprinten zou dit nooit worden. 

Hanne : ‘Wat was het allerleukste of grappigste moment van je carrière?’

  • De allerleukste momenten waren de clubfeesten. Ik hield van de clubfeesten en keek hier ook steeds heel hard naar uit. Ook hield ik als jeugd van de sportkampen die elk jaar opnieuw werden georganiseerd. 

Hanne : ‘Wat was het aller genantste moment?’

  • Genante momenten als speerwerper (wat iedereen al bijna heeft meegemaakt) is dat je bij je afworp de speer met zijn achterkant tegen je eigen hoofd gooit. Dit heb ik een paar keer voor gehad en dit maakt ook een hard geluid waardoor de aandacht op dat moment ook op jou staat gevestigd. Om je dan heel nonchalant te gedragen (terwijl je pijn hebt) is een kunst op zich,  die ik (al zeg ik het zelf) goed beheerste. 

Hanne : ‘Wie ben je dankbaar? 

  • Het aller dankbaarste ben ik mijn ouders. Mijn ouders hebben me steeds overal naartoe gevoerd (god mag weten hoeveel geld ze aan benzine opdeden). Ook waren zij mijn grootste steun en toeverlaat en mijn grootste motivators. 
  • Wie ik ook enorm dankbaar ben, is mijn trainer Luc. Luc ziet er een strenge man uit maar eigenlijk is hij een grote teddybeer. Luc heeft me gemotiveerd , uitgedaagd en hard getraind om een betere atleet te worden. Hij heeft honderden uren (als het al geen duizenden was) in mij gestoken en heeft mij ook steeds van aangepaste schema’s voorzien.
  • En als laatste ben ik alle vrienden die ik heb gemaakt doorheen de jaren atletiek ook dankbaar. Dankbaar om er de fun van te blijven inzien en het altijd plezierig te maken.

Hanne : ‘Wat ga je zeker niet missen aan atletiek/speerwerpen?’

  • Sowieso de conditietrainingen in de winter. Ja, ook een speerwerper moet tijdens de winter zijn conditie onderhouden wat bij mij soms voor de nodige frustratie zorgde. Wat ik ook niet ga missen is de eelt en de bleinen op mijn handen na een hele winter krachttrainingen te doen.

Hanne : ‘Ga je blijven sporten?’

  • Als mensen mij deze vraag stellen zeg ik altijd ‘als ik wil blijven eten wat ik nu eet dan moet ik wel sporten om niet gigantisch dik te worden!’. Sport is voor mij altijd belangrijk geweest. In het middelbaar heb ik ook een sportrichting gevolgd en ik doe het gewoon heel graag. 
  • Momenteel fitness ik, ga ik nog  lopen en zwem ik. Ik zal ook altijd blijven sporten. Als mensen mij de vraag stellen of ik nog ooit competitief wil sporten, is mijn antwoord ‘neen’. Deze keuze maak ik; omdat ik té competitief ben ingesteld. Ik wil winnen en ik wil me voor de volle 100% geven. 
  • Mijn job laat me niet toe om me voor de volle 100% te geven, doordat ik één op twee weekends moet werken. Ik moest geluk hebben dat de belangrijke wedstrijden net in de weekends vallen dat ik niet moest werken. Op die manier kon ik mijzelf niet meer motiveren om voluit voor mijn sport te gaan.

Nele : Waarom ben je gestopt met atletiek? En wat ga je het meeste missen?

  • Zoals hierboven beschreven was het niet meer mogelijk om me voluit te geven voor mijn sport. Het feit dat ik verhuisd ben naar Antwerpen (voor de liefde) speelde hier uiteraard ook mee. Ik zat er mee dat ik mij niet volledig kon geven, waardoor mijn motivatie ook gedaald was en ik het gevoel had mensen teleur te stellen (mijn trainer vooral). Dit gevoel knaagde aan mij en heeft me uiteindelijk tot de keuze gebracht om te stoppen met atletiek na 20 mooie jaren.
  • Wat ik het meeste zal missen, is het gevoel na een goeie wedstrijd. Ook ga ik uiteraard mijn trainer en vrienden missen (al weet ik dat ik deze contacten wel zal onderhouden.