Nostalgie

Op mijn vraag naar enkele tijdloze foto’s van de Leielopers, kreeg ik alvast respons. Eddy stuurde mij al vlug twee foto’s. De ene foto situeert zich in een bosomgeving. Een van de Leielopers kijkt achterom naar de fotograaf. Voor hem een kind op de fiets en een man met hond. Het is een mooie foto. Maar toch geef ik de voorkeur aan de tweede foto die Eddy mij bezorgde. Jan neemt een selfie met achter hem een groep lopers waarvan er heel wat nog altijd actief zijn. Ik herken onze trainer Koenraad. Maar ook An, Eddy, Antoine, Dirk enzovoort. De selfie is genomen in de tuin van de Sint-Pietersabdij. Ik veronderstel dat de groep daar naartoe is gelopen vanuit de Blaarmeersen. Het is een winterse dag. De wijnstokken vertonen geen bladeren. De vrouw vooraan draagt een muts met daarop ‘Kerstloop’. In de achtergrond zien we de ruïnes van de Sint-Pietersabdij en de kerk. Maar wat de foto behalve de locatie zo bijzonder maakt, zijn de lachende blije gezichten. Het zachte licht en de rode hoofdtoon gevormd door de muts van de Kerstloop en de rode fleece van An en Jan.

Wat doet het mij plezier deel uit te maken van deze groep. Binnenkort is er zelfs een Woodstock party. Met kampvuur en muziek uit de zestiger jaren. Dat zijn de jaren van mijn jeugd. In mijn werkkamer bevindt zich een hele verzameling uit de sixties. Van popjes van stripfiguren uit die tijd tot sleutelhangers met reclame voor de sigarettenblaadjes van Rizla, met op de voorkant een foto van een bekende sporter of popster. Maar ik zie ook het schilderij dat Chantal, de vrouw van de heer B., voor mij maakte. Daarop sta ik afgebeeld in de deur van onze caravan, gekleed in het blauwwitte truitje van onze club. Het schilderij hangt boven een oude radio zoals die op mijn tienerkamer stond, met grote ronde knoppen en een groen lichtje dat je in het donker zo goed kon zien en waarop ik luisterde naar Maggie May van Rod Stewart. ‘Wake up Maggie, I think I got something to say to you.’ Naast de radio op een antieke naaimachine een spike zoals wij die droegen in het begin van de jaren zeventig. In blauw en wit leder. Van Adidas, het merk met de drie strepen. Naargelang van het terrein dienden we de pinnen los te schroeven en door langere of kortere te vervangen. Je moest bovendien de spikes regelmatig invetten. De spike is nieuw en bevond zich in de oorspronkelijke kartonnen doos met daarin het dunne papier ter bescherming en het sleuteltje om de pinnen uit te vijzen. De volledig intacte doos kreeg ik van mijn vriend Johan Dobbelaere, hordeloper en international. De sixties en seventies. O schone dagen van mijn jeugd. Zoals mijn trainer Etienne het in zijn voorwoord bij mijn verzameling loopcursiefjes ‘Kroniekjes in Blauw-Wit’ schreef: ‘Wat kan nostalgie toch mooi zijn.’

Johan De Vos