Donald Gabriels in het blauwwit stoffen truitje. GUSB, jaren 70

Donald

Welke atletiekliefhebber herinnert zich niet de zeventiger jaren met in de tienkamp het trio Roger Lespagnard, Freddy Herbrandt en Régis Ghesquière? Ze waren alle drie aan elkaar gewaagd maar Régis, de jongste onder hen, leek de meest veelbelovende atleet te zijn. Van hem werd in Amerika gezegd dat hij als eerste Belg de achtduizend punten zou overschrijden. ‘Moi, contre toute la Gantoise,’ had hij voorgesteld. Hij was ervan overtuigd dat hij sterker was dan de hele Gentse ploeg samen.

Donald Gabriels verbleef toen in de States. Hij werkte er aan een doctoraat maar hij trainde er ook ontzettend hard en volgens totaal nieuwe inzichten en revolutionaire methoden. We konden het allemaal lezen in een lange brief die hij uit de Verenigde Staten opstuurde en die verscheen in het blauwwit gestencilde clubblad met de Buffalo erop.

‘Als ik terugkom, dan ben ik de te kloppen man over de vierhonderd meter horden,’ had hij verklaard. Ik had reikhalzend uitgekeken naar nog een brief van onze vertegenwoordiger in de States.

Donald behaald in de tienkamp net geen zevenduizend punten. Een fraai resultaat, waarmee hij echter in de schaduw bleef van het driemanschap, de top van de Belgische tienkamp. Die top werd in de jaren zeventig onveranderlijk bevolkt door Freddy Herbrandt, de beer uit Malmedy, Roger Lespagnard, slank en lenig en de beste in het polsstokspringen. En natuurlijk Régis, onze Régis in zijn blauwwit stoffen truitje.

Later leerde ik Donald van nabij kennen. We werkten samen aan Aktueel Loopmagazine, een van zijn vele initiatieven. Maar het liefst wil ik hem herinneren als de mythische figuur. De man die topsport combineerde met wetenschap. En die ons in de jaren zeventig door zijn brieven liet dromen vanuit het verre Amerika.

Johan De Vos