Evarist herinner ik mij als een bijzonder aimabele man. Altijd breed lachend. Zijn hand uitstekend om je te begroeten. Ook al kende hij mij niet zo goed, toch droeg ik zijn sympathie weg. Was het omwille van de Kroniekjes die ik regelmatig over onze club schreef? Of omdat ik net zoals hij een vertrouwd gezicht was op de Blaarmeersen?
Het is op de Blaarmeersen dat wij elke zondagmorgen Evarist bezig zagen. Samen met Marnix Verhegghe het zware werptuig gooiend. Draaibewegingen in de kooi. De hamer die een hoge vlucht neemt. 40 meter en meer. Gehandschoend. Daarna opzij het tuig halen. Tussendoor een praatje slaan. De hamerslingeraars vormden toen een hechte groep. Marnix die in de jaren 80 23 keer het Belgisch record verbetert. Evarist die als veteraan talloze clubrecords op zijn naam heeft staan. Verschillende generaties ook. Van Jacques Mortier, over Eddy Vermote en Alain Notredame tot Patricia Blondeel.
Wij konden de hamerslingeraars nog bezig zien. Bij de interclub werden zij verbannen naar een ander terrein. Maar ook deze groep had zijn eigen terrein: de Kollebloem in Heusden. Er moet daar een gezellige sfeer geheerst hebben. Dat zagen we aan de prestaties van iedereen.
En dat zagen we aan de vriendschappelijkheid in en rondom de kooi op de piste aan de Blaarmeersen. En al was ik er niet bij. En kende ik Evarist enkel van zijn kamerbrede lach en zijn grote handen, die mij achteraf doen denken aan de schilderijen van Constant Permeke – Evarist was ook een kunstliefhebber – toch weet ik dat deze grote, vriendelijke Gantoiseman, die overigens is begonnen als hoogspringer, hier een van de spilfiguren was.
Johan De Vos